Interview Nico van Buren

Wat is uw invloed geweest op de Kennisalliantie?

Ik werk hier vanaf 1 maart 2008. Toen ik kwam, waren we met zijn zessen, vervolgens zijn we gegroeid naar 22 man en uiteindelijk is dat gestabiliseerd op 16 medewerkers. Daar zijn door mij op een gegeven moment specifieke keuzes gemaakt. Een organisatie die zo met het netwerk verweven is en die het moet hebben van de kwaliteit van zijn mensen, moet het niet hebben van ingehuurde externen of medewerkers met een project contract. Voor het werk in het hart van de triple helix moet op regionale schaal geïnvesteerd worden in zware proces en projectmanagementcompetenties. De Kennisalliantie met haar medewerkers was naar mijn mening die plek.

We hebben een transitie gemaakt van een club die in 2007 drie hoofddoelstellingen had gekregen, naar een organisatie met een centrale focus op het aanjagen van innovatieprogramma’s en projecten gericht op economische structuurversterking in de regio. Uit een vijftal scenario’s voor de toekomst die we aan het bestuur hebben voorgelegd, was dit de stap die ik het bestuur het sterkst aanbevolen heb in 2011, mede met het oog op een eventuele komst van een regionale ontwikkelingsmaatschappij in de toekomst.

De discussie over een regionale ontwikkelingsmaatschappij heb ik snel geïntroduceerd binnen de Kennisalliantie. Eind 2008 heb ik al bij de collega’s aangegeven dat de Kennisalliantie eigenlijk een ROM zou moeten worden en dat dat naar mijn inschatting 5 tot 7 jaar zou nemen. Begin 2009 heb ik dat met de komst van de nieuwe voorzitter Bas Verkerk bestuurlijk aan de orde gebracht. Dit heeft toen geleid tot een rondje door de regio om aan te geven dat het tijd werd voor een regionale ontwikkelingsmaatschappij.

De Kennisalliantie had echter niet de positie in het zware politiek-bestuurlijke krachtenspel dat deze regio zo eigen is, om een rol van enige betekenis te spelen in de totstandkoming van de regionale ontwikkelingsmaatschappij die nu onder de naam InnovationQuarter mag functioneren. Het getuigd van politiek-bestuurlijke visie bij de Provincie, de grote steden en de universiteiten, uithoudingsvermogen en ook degelijke ambtelijke ondersteuning dat er uiteindelijk in deze regio een discussie ontstond die leidde tot dit resultaat. Voor Zuid-Holland een hele stap die de basis biedt voor verdere groei en verbreding van InnovationQuarter in de toekomst, een stap die klaarblijkelijk niet mogelijk was in 2003 toen 25 partijen zich uitspraken voor samenwerking in het economisch domein en daarmee de Kennisalliantie oprichtte.

Voor het aanjagen van de kenniseconomie is een zwaarder en breder geëquipeerd instrumentarium nodig, dat in haar procesrol ook op meer afstand van de overheid staat en waar vraagsturing vanuit het bedrijfsleven en kennisinstellingen meer ruimte krijgen. Eigenaarschap vanuit het publieke domein in de goede zin van het woord blijft nodig. Die ruimte gaat InnovationQuarter nu krijgen, waarbij op termijn er naar mijn mening echt meer middelen vrij gemaakt zullen moeten worden.

De Kennisalliantie wist dat eigenaarschap in beperkte zin zeker te verkrijgen, maar bleef financieel wat dat betreft kwetsbaar. Hulde van mijn kant vooral voor die partners die al die jaren loyaal tot aan het eind hebben deelgenomen aan de Kennisalliantie: Provincie Zuid-Holland, Den Haag, Delft, TU Delft, Universiteit Leiden en Hogeschool INHolland.

Met de Kennisalliantie was het ook zoeken naar de ruimte binnen de beperking. Waar InnovationQuarter zich richt op 3 speerpunten en de crossovers, bestond de beperking bij de Kennisalliantie in het clusterbeleid van de provincie Zuid-Holland en de twee clusters die respectievelijk voor Rotterdam en Den Haag van belang waren: haven&chemie en safety&security. Uiteindelijk hebben we binnen de Kennisalliantie daarin een keuze gemaakt om ons te richten op een beperkter aantal clusters, liever enkele clusters goed bedienen, dan alle clusters in beperkte mate.

Natuurlijk heb ik zelf mijn voorkeuren. Ik vind de mogelijkheden van een innovatiecampus bij Unilever een zeer spannende. We staan daar nog echt aan de beginfase, maar ik ben blij dat ik een heel klein rolletje heb kunnen spelen door het neerleggen van de vraag bij de juiste mensen. Voor InnovationQuarter zal het een speerpuntproject worden, daar ben ik zeer blij mee. Het R&D lab van Unilever in Vlaardingen heeft ongeveer 700 onderzoekers. Er is nog plek voor anderen. Het zou mooi zijn als dit, zoals bij de High-tech campus in Eindhoven het geval is rond Philips, opengesteld zou worden. MKB-ers kunnen er bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen starten, gebruik makend van de uitstekende faciliteiten van Unilever, of zelfs met Unilever als launching customer. In dit geheel merk je weer wat het belang van betrokken bestuurders is, in dit geval Ruud de Vries, in het neerleggen van de juiste vraag, het verbinden van partijen en het organiseren van daadkracht en lokale betrokkenheid. Twee Vlaardingse ondernemers met een groot hart voor hun stad en een sterke visie hebben daarbij prachtig werk verricht om de vraag en de potentie daarachter scherp te krijgen.

De rol van InnovationQuarter wordt om dit versneld op te pakken en om te zorgen dat het organiserend vermogen wordt gecreëerd en om buiten en aansluitend op het R&D gebeuren te kijken hoe we meer MKB-ers erbij kunnen betrekken.

Een andere spannende is de Maritieme Delta. Het is een onderwerp waar ik een verleden mee heb. 15 jaar geleden was ik al onderdeel van een proces hoe de regio Drechtsteden zich verder moest ontwikkelen tot maritiem knooppunt. Een proces dat overigens op gang kwam door een betrokken ondernemer, toen voorzitter van MKB-Nederland in de regio, die gegrepen werd door het verhaal van een consultant tijdens het werkbezoek dat ik voor MKB Nederland had georganiseerd. Er is toen veel goed gegaan, maar veel ook niet. Zoals een Dordtse ambtenaar het onlangs mooi zei: “We hadden toen wel de roeiboot, maar niet de riemen”.

Ik ben blij dat we met de inzet van Sander van der Wal nu wel in het domein van de maritieme sector flinke stappen hebben kunnen maken. De samenwerking die zich ontwikkeld is het begin van iets moois. Ik kom zelf uit Capelle aan den IJssel, een gemeente met een verleden in de scheepsbouw, met uitzicht op de Krimpense Stormpolder waar IHC en Hollandia Kloos zitten. Bij het zien van de schepen die gebouwd worden, voel je toch de trots op zo’n mooie sector.

Wat zijn uw eigen hoogtepunten geweest bij de Kennisalliantie?

Dat is moeilijk om te zeggen als directeur, omdat er zoveel activiteiten zijn die daarvoor in aanmerking komen en waar zoveel van de collega’s aan gewerkt hebben. Ik vond het Kennisfestival in Rotterdam Airport in 2010 mooi. En het Kennisdiner van dit jaar. Het project Maritime Delta vind ik een hoogtepunt, omdat dat echt een goede basis is voor verdere doorgroei van de activiteiten in die sector.

Ook de Greenport Campus was een goede ontwikkeling waar we aan hebben bijgedragen. Hieruit is nu de Greenport Horticampus ontstaan, waarin ook verder geïnvesteerd wordt in het kennispotentieel voor de glastuinbouw.

En laat ik vooral de reizen niet vergeten. We hebben twee studie reizen in mijn periode als directeur gedaan. Eentje naar Barcelona en Zaragoza (in het teken van logistiek en topinstituten) en eentje naar Stockholm, beide georganiseerd door Jacqueline Schardijn. Stockholm liet zien hoe belangrijk het is dat de regio zich moet organiseren en met een mond moet spreken. Waar we ook kwamen en wie je ook sprak, overal hoorde je hetzelfde geluid ‘Stockholm Capital of Scandinavia’, en ook in welke economische sectoren er vooral geïnvesteerd moest worden, namelijk ICT, Telecom en Health&Life Sciences.

Ons werd ook een spiegel geboden. Onze Zweedse gastheren maakten ons duidelijk dat met alle activiteiten die op het gebied van health en life sciences plaats vonden in de Randstad, wij een goede derde waren in Europa. Dus de derde regio in Europa. Die bril van buiten was prachtig, echt een eye-opener over onszelf. Er was op dat moment namelijk zoveel discussie over onderlinge samenwerking en iedereen keek naar zijn eigen biotoopje, maar samen ben je ineens internationaal opvallend.

Waar bent u het meest trots op als organisatie?

De omslag die we hebben gemaakt in lijn met de eerder genoemde behoeften aan zwaardere proces kwaliteiten op regionaal niveau. Als je een triple helix moet organiseren, dan moet je dat niet op lokaal niveau doen. Je moet je netwerk op orde hebben, in staat zijn om op regionaal niveau de processen te organiseren en vooral investeren in de eigen medewerkers. Dat is ons gelukt in deze organisatie. Het is een team van professionals die in de afgelopen jaren allemaal hebben laten zien dat ze kunnen groeien als vakman en ook als persoon. Ik denk dat dat hetgeen is dat je na zoveel jaren met veel trots achter je kan laten. Iets van blijvende waarde meegeven aan anderen.

Wat geeft de Kennisalliantie mee aan InnovationQuarter?

Een goed team. Vakmensen op het gebied van proces en projectmanagement. Het kan natuurlijk geen kwaad om dat team aan te vullen, bijvoorbeeld met mensen met een sterke achtergrond in business development. Binnen een team moet men onderling van elkaar kunnen leren.

Wat wordt uw persoonlijke boodschap/advies aan InnovationQuarter?

‘Richt je niet alleen op business development, maar ook op economische structuur versterking’. InnovationQuarter is opgezet om op afstand van de politiek dit soort proces kwaliteiten in te zetten in de regio. ‘Op afstand van de politiek’ vraagt om met diplomatiek verstand een beetje brutaal en eigenwijs te zijn en degelijk en creatief tegelijkertijd te werken aan kansen die zich voordoen.

Verder moet InnovationQuarter samen met de economische programmaraad Zuidvleugel echt een belangrijke voortrekkers rol krijgen, want we zijn er nog lang niet met deze regio. De concurrentie wordt alleen maar steviger, dus er is echt een maatschappelijke noodzaak dat ze beide erin gaan slagen dit regionale schip de goede kant op te sturen.

InnovationQuarter gaat zich gewoon bewijzen, daar ben ik van overtuigd, zeker met Rinke Zonneveld als directeur aan het stuur. En dan moet de regio ook het vertrouwen krijgen om andere instrumenten op het gebied van economisch beleid toe te vertrouwen aan InnovationQuarter.

Over het algemeen: ondernemers zijn zich nog steeds onvoldoende bewust dat ze een belangrijke rol spelen in het vormgeven van het eigen ondernemers klimaat.  Dat betekend dat ze nog meer hun verantwoordelijkheid moeten pakken in relatie tot onderwijs en arbeidsmarkt. Ze moeten nadenken over wat ze nodig hebben om de komende 15 jaar goed te kunnen functioneren. Dat betreft ook kwaliteit bedrijfsomgeving en bereikbaarheid. En dat bewustzijn is niet overal even goed ontwikkeld.

Wat zijn uw toekomstplannen?

Nog moeilijk te zeggen. Ik ben al 20 jaar op het raakvlak van de publieke zaak, economie en maatschappij actief. Dat zal het ook in de toekomst zijn. In zekere zin ben ik een idealist, maar wel één die niet in onhaalbare dromen wil blijven hangen. Mijn reizen naar China en andere delen van de wereld hebben mij er zeer bewust van gemaakt dat er veel verandert in de wereld en dat Nederland zich niet even snel aanpast om in te spelen op uitdagingen die daaruit voortkomen. Er ligt een grote opgave voor ons om economisch in deze globaliserende storm overeind te blijven en als samenleving ons organiserend vermogen zo te versterken dat wij de potentie die wij hebben optimaal kunnen uitnutten. Niet omdat meer economie op zich zaligmakend is, maar omdat het ons de middelen verschaft in welvaart en welzijn met elkaar te kunnen leven.

Op dit raakvlak zijn er voldoende kansen, of dat nu als wethouder mag zijn, bij een brancheorganisatie of als zelfstandig ondernemer. Zuid-Holland, een buitengewoon boeiende regio in bestuurlijk en economisch opzicht, kan blijven rekenen op mijn inzet.